hallo
Het is weer een tijd geleden en om die reden nog eens een update over de stand van zaken hier. We zijn nog altijd onderweg naar onze eindbestemming, Cairns, via de 'befaamde' eastcoast. Befaamd tussen haakskes omdat het in mijn/onze ogen behoorlijk overgewaardeerd is. Ok, het weer zit ons niet mee en we weten allemaal dat het weer een belangrijke factor kan spelen maar los daarvan is er hier weinig uit, de highlights zijn behoorlijk schaars. We zijn ondertussen een dikke 5 weken onderweg en hebben een goeie 4000 km op de teller staan maar er zijn eigenlijk maar een paar dingen die mij tot nu toe zijn bijgebleven en mij ook bij zullen blijven. De etappe Sydney - Byron Bay mag gerust vergeten worden, het enige wat ik mij herinner is supermarkt, koffieshop, lezen en bibliotheek. Sta mij dus toe om hierover niet verder uit te wijden. Na Byron kwam al snel Brisbane, opnieuw een stad met charme die kon bevallen. We hebben heel wat afgewandeld daar en op die manier behoorlijk wat kunnen zien. Een gemoedelijke stad die soms een beetje aan Melbourne deed denken maar dan iets minder druk. We hebben onszelf twee dagen getrakteerd op goed eten en zijn effe langs geweest bij een Belgisch biercafé waar ze ene Duvel verpatsten voor 9 dollar, een Delirium Tremens voor 15 dollar. Ik dronk daarom ene Leffe, 250ml voor máár 8 dollar. Den deze laat zich toch niet bezeiken zeker ;-). Ge kon daar trouwens ook Friet-Mossel eten en net zoals het belgisch café in New York zat het vol met Yuppies die zich volgooiden met onze lekkere belgische sapjes. Wat activiteiten betreft hebben we een boottrip gemaakt die ons doorheen de rivier croschte en een trip naar North Stradbroke Island, ten oosten van Brisbane waar ge alleen per boot kunt geraken. Het weer was ons wederom slecht gezind en we hebben onze uitstap daar beperkt tot enkele luttele uren. We waren blij wanneer we terug in Brisbane waren en dat de ferry ons gelukkig maar iets van 15 dollar elk had gekost.
Na Brisbane was het tijd voor de Sunshine coast waar er weinig sunshine te zien was en alleen maar coast. Onderweg hier en daar gestopt op de plekken die mijn footprint (reisgids, hele goeie btw) aanbevool maar ook daar was er weinig uit en een strand met regen/grijze wolken is allerminst aantrekkelijk. Zo kwamen we uiteindelijk terecht in Rainbow Beach, één van de touristische vertrekpunten om af te varen naar Fraser Island. De zon was vandaag wel daar en we hebben daar uitgebreid gebruik van gemaakt. Een goeie wandeling langs de kust op, daarna springrolls gemaakt (op Lisa's wijze) en een gratis én warme douche gepakt in de sanitairblok aan het strand, iets wat ons beiden behoorlijk gelukkig heeft gemaakt. Een warme douche is een schaars goed hier aan de oostkust, koude douches kunt ge overal wel vinden maar bij koude en regen zweet ge gelukkig niet en dus kunt ge makkelijk 3 dagen verder zonder het lichaam te poetsen. Na de douche reden we voort tot in Hervey Bay, een ander oord waarvan ge met een ferry kunt oversteken naar Fraser Island, 's werelds grootste zandeiland met afmetingen van 122 km lang en 5 tot 25 km breed.
Fraser Island bezoeken kan op twee manieren: of ge gaat met 4X4 tourbus mee, die u in één dag in een behoorlijk tempo alle highlights van het eiland laat zien of ge kunt het op uw eentje doen, met een 4X4. We hebben voor beiden de voordelen en nadelen tegenover elkaar gezet waarbij de tour snel geschrapt werd. Het werd dus een tourke op ons eigen, het huren van een 4WD voor 2 dagen met één overnachting op het eiland. Donderdagmorgne om half negen de ferry op met onze cleane Landrover Discovery, richting Fraser waar de zon de komende 2dagen constant schijnen zou. Eenmaal aangekomen werden de auto's één voor één van de ferry afgereden en begon onze trip met de doorsteek van west naar oost, via onze eerste inland track. Ik had vrij snel door dat ik dit leuk zou gaan vinden... Maar eerst was het een kwestie van de auto wat te leren kennen, ik had nog nooit echt offroad gereden met een jeep maar ik was best onder de indruk hoeveel controle ge met zo'n ding hebt in de losse zand. Eenmaal aangekomen aan de oostkust van het eiland reden we noordwaarts langs het zeeke op, een cool gevoel. We stopten bij de gemarkeerde punten, maakten onze foto's om dan weer verder te cruisen. De kerel van het verhuurbedrijf had ons verteld dat er een week geleden ergens op het strand een bultrug walvis was aangespoeld en dat we dat zeker eens moesten checken. Eenmaal daar aangekomen zagen we het beestje liggen, zo'n 6 meter lang en 2 breed...We wisten op dat moment wel niet dat het om een baby wale ging, dat vertelden ze ons achteraf pas. Na de walvis zetten we verder koers richting noorden, waar er een omheinde camping was (Dingo's) met toilet faciliteiten. Het hoogtij zou om 18 u aanvangen en ze hadden ons aanbevolen om 2 uur daarvoor te stoppen met rijden op het strand (16 u dus). Om 15 u besloten we dus om door te rijden tot dat punt en de bezienswaardigheden voor vandaag aan ons voorbij te laten gaan, morgen moesten we toch hierlangs terugkomen. De maximumsnelheid op het strand was 80 per uur, de afstand tot de camping leek haalbaar en met een goeie 70 km/h vlamden we langs het water op totdat ineens een rood lampke begon te flikkeren... Blijkbaar was de motor oververhit geraakt, de reden hiervoor begrijp ik nog altijd niet want het zand was zeer compact en mijn toerenteller heeft nooit de 2500 r/m gehaald... Hoe dan ook, ik moest de auto eerst laten afkoelen voor we verder konden terwijl de zee steeds korterbij kwam. Verdrinken zouden we de eerste 2 uur niet doen maar als het water één maal de auto zou bereiken was de kans dat we vast kwamen te zitten groot. Daarbij stond er ook een dikke boete op rijden door zeewater (zout) en dat wouden we natuurlijk liefst vermijden. Paniek begon toe te slaan wat resulteerde in natte ogen bij Lisa en andrenaline voor mijn part. Motorkap open, blazers vollebak open zetten en de motor laten bollen bleken te helpen en een tiental minuten later was de temperatuur terug naar haar normaal peil gezakt. Omdat de zee steeds korterbij kwam staakten we het plan om verder noordwaarts te rijden en terug te keren naar de campingstrook langs het strand waar kamperen toegestaan was, een beetje rijden tegen de tijd dus. Eén keer bereikte het water mijn wielen en was het onvermijdelijk om iets te ondernemen, angst voor de boete stak de kop op. Een paar km verder kon ge meer de duinen in rijden waar het water u niet kon bereiken en we waren opgelucht totdat we ineens vastzaten met de 4 wielen. Opnieuw een beetje paniek maar na de auto in 'Low gear' in tweede versnelling gezet te hebben waren we er snel uit. We toerden verder tot we een ideale spot gevonden hadden, een goeie 7 meter boven het zeeniveau, beschut door bomen. Opluchting eerst, daarna een paar koekskes en vervolgens het opzetten van de tent en het inelkaar gooien van een karige pastaschotel. Gelukkig hadden we wijn, van die lekkere rooie. Het werd snel donker, het waaide hard en rond 9 uur kropen we de tent in.
De dag erna was het opnieuw vollebak fun met onze bak. Lisa nam voor het eerst het stuur in de handen en zag dat het goed was. Na een paar uur schokken over de boomwortels e.d. gaf ze het op en kon ik mij weer uitleven. We reden een lange inland track waarbij we een stop deden bij een meer waar er turtles (schildpadden) zitten. We zagen er een tiental, best cool. Daarna nog een stukske strand om te eindigen met de allerlaatste inland track die ons naar de ferry zou brengen. Maar er was hier behoorlijk wat modder, incl. poelen water, die bij het doorheen rijden het kind in mij terug naar boven brachten. Maar op een gegeven moment kwamen we aan bij een poel waarbij we niet zeker waren hoe diep ze was en dus checkten we (zoals ze ons dat bij het verhuurbedrijf hadden uitgelegd) met een stok de diepte. Een slechte meting achteraf want bij het doorheen rijden kwam het water me aan mijn deur naar binnen en een seconde dacht ik dat ze ons eruit mochten komen trekken... Gelukkig dat mijn voeten niet snel in paniek zijn, een beetje plankgas bleek te werken. Wederom opluchting en een ppoetsbeurt van de spullen die aan mijne kant lagen. Een warme douche was de volgende stap om daarna via de ferry terug te keren naar het mainland. Het was zooo vet :D, en Lisa heeft maar 2 keer een opmerking gemaakt over mijn rijgedrag!
De dag erna reden we voort noordwaarts richting Gladstone waar we achteraf gezien spijt van hadden (industiestad zonder enige charme), een verspilling van benzine maar niet van tijd... dat hebben we méér dan genoeg voor deze roadtrip, helaas... 's Morgens reden we voort, deden we een noodzakelijk stopke omwille van een zieke Lisa die al snel terug de oude werd dankzij een Ibuprofen 600 snoepje. Daarna reden we verder tot het mooie én zonnige Yeppoon waar we relaxten op het strand. De dag eindigden we in Emu Park na een schoon ritje langs de met een avondzon bedekte scenic hwy nummerke 4.
De volgende dag reden we een goed pak kilometers met aankomst in de namiddag in Mackay. Het was de 19e juni en de 25e moesten we eigenlijk pas hier zijn voor Lisa haar 3daagse balletcursus. We overnachtten hier en smorgens besloten we om voort te rijden noordwaarts om de 24e terug naar Mackay te keren. Het was (maar) 150 km tot in Airlie Beach, een vertrekpunt voor allerhande tours die u de Whitsunday Islands laten zien, waaronder een bezoek aan het 'beroemde' Whitehaven Beach. Na goed research van Lisa kozen we voor een zeiltrip met een klein bedrijfje dat tours aanbood met een 36 jarige zeilboot met maar plaats voor max 8 mensen (ipv ander tourfirma's waarbij ge een dag zit opgescheept met een massa volk). De reviews op Tripadvisor waren doorslaggevend... ik hou van reviews! Aan boord waren buiten onszelf de eigenaar van de boot en een australisch koppel uit Melbourne. Het zeilen was een vette ervaring, de wind was goed aanwezig. We stopten op een verlaten eilandje waar blijkbaar alleen hij heen tourde, snorkelden doorheen coral reef waar ik dacht dat ik alle moment Ariël en die gele vis van haar kon tegenkomen. Werkelijk indrukwekkend wat er zich hier onder de zeebodem bevindt! Na het snorkelen was het lunchtijd, met porties brood, vis en groenten die we met moeite opkregen. Daarna was het weeral tijd om terug te zeilen naar het mainland. Het was een vet tripke, enkel was Lisa teleurgesteld dat deze tour niet 'Whitehaven beach' aandeed, iets wat ze net heel graag wou zien. Ons researchwerk had dan toch zijn gebreken... De dag erna deden we daarom een halfday tour met een ander bedrijf, mét de massa en de chinezen en the whole shebang maar Whitehaven beach was de moeite waard, nooit zulk blauw water gezien. Het zand op het strand was helderwit waarvan de textuur meer deed denken aan bloem ipv zand. Mooi!
De komende nacht was minder mooi. Rond 23.30 werden we bonkend gewekt door een kerel van security die ons op het verbodsbord wees, wat we werkelijk niet hadden gezien. Hij had gelijk, zei iets over een caravanpark officieel en in straten parkeren officieus en dus reden we een goeie 5 km uit het centrum tot in een afgelegen straat met geen huizen waar er géén borden waren om er verder te slapen. 's Morgens 6.30, hetzelfde verhaal met dezelfde kerel. Ik opende de deur met een 'are you kidding me' toen ik zijne lelijke kop opnieuw zag, maar dan zonder onbeleefd of arrogant te zijn. Dit keer zei'm dat we naar een caravanpark moesten gaan maar ik zei 'm dat we net zo goed de dag konden starten op dit uur. Nadat 'm het had gebold gingen we op zoek naar verbodsborden die we nooit vonden. We denken dus dat het gewoon één of andere klootzak is die graag mensen lastigvalt, zelfs onterecht in dit geval. Hij was niet eens meer van dienst want hij ging naar huis en we hadden de pech dat zijn huis net in die straat was waar wij stonden.. Sinds die nacht zitten we dagelijks met hetzelfde probleem. Blijkbaar maakt de council hier jacht op mensen die reizen met een camper/busje/auto waarbij ze u 2000 dollar kunnen aanrekenen als ge hun bordjes negeerd. Die bordjes bevinden zich overal aan de waterkant, waar er meestal een sanitairblok is. Het komt er dus op neer dat ge uwe kook, was en plas doet rondom die blokken en voor het slapengaan begint te rijden om u ergens te verstoppen, ergens in een bos of ver uit het centrum. Ik jaag er mij aan op en vind het behoorlijk arrogant, hoewel ik er ook kan inkomen waarom ze het doen. Er is hier een shitload aan backpackers en die zijn niet allemaal even proper, stil of clean. Maar anderzijds weten ze maar al te goed dat het merendeel van de reizigers reist per auto, waarbij al het nodige in die auto zit en naar een camping gaan dus volstrekt overbodig is. Een alternatief voorzien ze echter niet, hoewel die groep hier wel jaarlijks hun economieke komt stimuleren. Ozzies aan de oostkust, ik ben er niet gek van. Aan de westkust en de zuidkust is de mentaliteit heel wat anders, beter. Maar geef mij allerliefst toch maar een Nieuw Zeelander, die zijn in mijn ogen lekker bescheiden, oprechter en niet arrogant of macho gelijk hier.
Anyhow, ik hoop dat deze post niet te lang, negatief of wat dan ook is. Het is gewoon voor ons beiden een beetje een teleurstelling. We denken soms dat we verwaand overkomen als we vrienden en familie vertellen over onze indrukken hier en dat het misschien niet begrepen wordt, voor de thuisblijvers zijn wij tenslotte 'op vakantie voor een jaar' maar dat is toch wel wat anders. En ene keer aangekomen in Cairns gaan we zo snel mogelijk op zoek naar een job, weg van de oostkust, misschien in Perth omdat het grote publiek daar niet zit en het dus makkelijker is om iets te vinden, of misschie in Darwin, waar fatsoenlijk weer meer een zekerheid is. Moesten we die Jucy van niet gehuurd hebben waren we in een veel sneller tempo hier doorheen geraasd maar het is niet anders. Hopelijk heb ik de tijd en het geld om tussen het werken in meer van Oz te kunnen zien. Hopelijk, want anders ga ik toch met een zeer slappe indruk van Australië naar huis. Ik weet dat de omstandigheden niet de beste zijn voor de tijd van het jaar, maar los daarvan stel ikzelf vast dat er héél wat betere plekken zijn op moeder aarde, die minder duur, dichterbij en minstens even mooi zijn als wat ik hier tot nog toe heb gezien... Maar dat is mijn bescheiden indruk natuurlijk. Het is nog 11 dagen tot onze eindbestemming Cairns met 740 km voor de boeg, misschien dat de pareltjes nog gaan komen?..
Goed, klaar!
Groeten en
FOTO'S,
Gerrit